Terug
´Over vijf tot tien jaar ben ik pas volledig in bloei´

In België is Stef Bos een grote ster. In Zuid-Afrika wordt hij door de alternatieve muziekscene op handen gedragen. En in Nederland? Tja, in Nederland kent het grote publiek hem nog steeds niet heel erg goed. Ook al is hij inmiddels al 17 jaar bezig als zanger en heeft hij 11 albums op zijn naam staan. Tijd dus voor een interview om hem beter te leren kennen. Helemaal, omdat rond deze tijd zijn nieuwe theatertournee ´Storm´ door Nederland trekt.

We hebben afgesproken in restaurant ´Het Zuiderterras´ aan de Schelde, Antwerpen. Geen toevallig gekozen locatie, want zegt Stef: ´ 80% Van mijn repertoire is op deze plek geschreven, een gedeelte zelfs nog voordat het restaurant hier stond.´ Stef heeft een sterke band met Antwerpen en sinds halverwege de jaren 90 ook met Zuid-Afrika. Onderwerpen waar we het later in het interview nog uitgebreid over hebben. Eerst een korte persoonlijke introductie.

´Slaapwandelaar in eigen leven´

´Ik ben geboren in Veenendaal in 1961 en kom uit een middenstandsgezin. Mijn vader was juwelier. Ik heb een broer die tien jaar ouder is en mijn zus is drie jaar ouder. Eigenlijk had het gezin veel groter moeten zijn. Mijn moeder heeft drie miskramen gehad. Ik ben feitelijk een nakomertje. Ik heb eerlijk gezegd geen idee wat voor soort kind ik was. Mijn leven gaat in een sneltreinvaart voorbij en ik ben daarin een soort slaapwandelaar. Ik weet wel dat ik als jongetje heel goed op mezelf kon zijn en dat ik een eigen fantasiewereld creëerde. Ik vond en vind het leuk dingen te maken die nog niet bestaan.

´Ik ben ertoe gekomen met taal bezig te zijn nadat op een dag een man de winkel van mijn vader binnenkwam en een kinderboek achterliet, “Mijnheer Pompelmoes”. De man bleek achteraf de bekende kinderboekenschrijver Hans Andreus. Ik had tot dan altijd het idee gehad dat boeken in een fabriek werden gemaakt. Nu zag ik dat mensen boeken schrijven. Zo gaat het vaak in het leven. Een fractie van een moment gebeurt er iets en dat bepaalt de richting die je op gaat, het schrijven.´

Binnenwereld en buitenwereld

Stef gaat op zijn 18e naar de lerarenopleiding in Utrecht. Daar wordt hij actief in het cabaret. Eerst met het duo Kaliber, later met Idioten Blozen Niet. Na zijn Utrechtse periode verhuist hij naar Antwerpen om een studie kleinkunst te volgen. Hij speelt toneel, vertaalt musicalteksten en schrijft de Belgische inzending voor het Eurovisiesongfestival van 1989, ´Door de wind´. Een jaar later komt zijn eerste cd uit ‘Is dit nu later ?’. Ik vraag hem waarom hij uiteindelijk de stap heeft gezet zanger te worden. ´Tijdens mijn cabaretperiode was ik altijd degene die iets moest zingen. Het was mijn middel iets over te brengen. Ik ben echter geen type die altijd daarmee bezig is. Als ik niets te vertellen heb, hoef ik ook niet te zingen of op te treden. Dat ik in het Nederlands zing, komt omdat dat mijn moedertaal is. Letterlijk. Ik hoorde al klanken toen ik nog in de moederbuik zat. De taal die je het eerst hoort, daar heb je emotioneel de grootste binding mee. Taal is klank en de intentie waarmee die taal, die klank, wordt uitgesproken, is het belangrijkst. Ik zou nooit in het Engels kunnen verwoorden wat in het Nederlands wel gaat. Ik heb in Zuid-Afrika Engelse teksten geschreven. Vond dat moeilijk. Ik ervaar minder mogelijkheden.

´Bij wat ik schrijf, probeer ik steeds contact met mezelf te zoeken. Ik schrijf twee soorten nummers: “binnenwereld” en “buitenwereld”. “Papa” (zijn misschien wel bekendste nummer tot nu toe, afkomstig van het album “Is dit nu later?” uit 1990, red.) is binnenwereld. Ik houd mezelf en mijn publiek een spiegel voor om inzicht te krijgen. Buitenwereldnummers werken als een raam waardoor je naar buiten, naar de wereld kijkt. Ze gaan over de maatschappij, over hoe mensen met elkaar omgaan. Ik geloof zelf sterk in menselijkheid, humanisme. Ik heb veel gereisd. Je ziet dan heel veel schoonheid en helaas ook veel gruwelijkheden, zoals in 1994 in Rwanda. Hoe ik aan mijn inspiratie kom? Ik weet het echt niet. Schrijven en muziek maken is een ambacht. Ik woon tegenwoordig aan de rand van de stad Antwerpen, na jarenlang in het centrum te hebben gewoond. Ik had de rust nodig. Op mijn nieuwe stek heb ik geleerd hoe je een boom moet omhakken, klieven heet dat. Je moet zien hoe de nerven in het hout lopen om juist te kunnen hakken. Schrijven is net zoiets als klieven. Er schiet me iets te binnen, het begin van een idee. Daarna is het zaak dat idee te ordenen, het teveel weg te halen. Of om met Michelangelo te spreken: als je een beeld maakt, moet je net zolang het teveel aan steen wagkappen totdat het uiteindelijke beeld overblijft.  

´In België was ik begin jaren ´90 een beroemdheid. Zeg maar de Marco Borsato van mijn tijd. Ik kon niet meer rustig over straat. Iedereen herkende me. In Nederland wisten veel mensen niet wie ik was. Kenden ze me wel, was dat vooral vanuit mijn cabaretperiode. Mijn bekendheid in Nederland heb ik vanaf de grond opgebouwd. Daarbij heb ik bewust de pers niet veel bespeeld, iest wat ik in België en Zuid-Afrika wel heb gedaan. Ik wil nu niet meer de hele dag de pers achter me aan. Dat is slecht voor mijn schrijverschap.´

Band met Zuid-Afrika

Behalve in België en Nederland treedt Stef ook veel op in Zuid-Afrika. ´Ik ontmoette in België Johannes Kerkorrel, een Zuid-Afrikaanse artiest. Het klikte meteen tussen ons op het menselijk vlak. Samen hebben we toen een nummer in het Nederlands, Zuid-Afrikaans en Xhosageschreven. Daarna viel ik middenin de actuele geschiedenis van dat land. De Apartheid was net afgeschaft. Die overgang van Apartheid naar democratie: nog nooit heeft het woord “begin” zo duidelijk zijn betekenis laten zien. Tijdens de Apartheid stond alles stil, de dood in de pot. Ook op cultureel vlak. Nu is er een explosie van cultuur en zijn de vele verschillende gemeenschappen pas tot wasdom gekomen. Ook de blanken die de macht hadden.  

´Ik ben verliefd geworden op Zuid-Afrika en die verliefdheid is overgegaan in liefde. Het land is onder mijn huid gedrongen.  Het is een land van grote extremen, in rijkdom en armoede. Ik kom er altijd gezuiverd vandaan. Ik heb me er veel makkelijker aan kunnen passen dan toen ik in België ging wonen. In België wilde ik onderdeel van de cultuur zijn door te doen als de Belgen. Dat hebben ze liever niet. In Zuid-Afrika blijf ik mezelf en word ik op die manier onderdeel van de heersende cultuur. ´

Kleur bekennen

Hij woont nu zo´n 23 jaar in Antwerpen. De keuze voor die stad blijkt weer een fraai staaltje toeval in zijn leven te zijn geweest. ´Ik wilde eigenlijk naar Parijs. Antwerpen was een beter alternatief en werd zo Parijs het dichtst bij Nederland. Ik heb een haat-liefde verhouding met de stad opgebouwd. Al zou ik voorgoed vertrekken, ik neem Antwerpen toch met me mee. Antwerpen is het mooist in de avond, zo rond zonsondergang. “Valavond” zoals ze dat hier noemen. Je ziet de stad dan verstillen.´

Antwerpen is echter ook een stad met minder fraaie kanten. Denk aan de grote aanhang van het Vlaams Belang. ´Ik had op mijn eerste cd een nummer dat heet “Mijn hart gevolgd”. Daarin zing ik “Ik ben geen volk, ik hoef niet eerst” (“Eigen volk eerst” is de leuze van het Vlaams belang, red.). In dat nummer zocht ik de confrontatie met die beweging. Nu benader ik ze anders. Je moet niet ergens tégen zijn, maar juist ergens vóór. Je moet vóór je eigen ding zijn, altijd met mensen praten. Toenadering zoeken, gastvrijheid tonen. Daar gaat het om. Niet mensen buitensluiten. Dat is moeilijk, in elke samenleving. Je zag in het Zuid-Afrika van net na de Apartheid dat de tegenstanders van dat systeem moeite hadden niet een nieuwe vijand op te zoeken nu Apartheid was weggevallen.  

´De manier van communiceren van Vlaams Belang komt voort uit wrok, frustratie. Dat zijn slechte raadgevers, evenals angst. Wrok en frustratie vind je terug in alle geledingen van de maatschappij. Ook in de muziekwereld komt het voor, gaat men niet altijd even vriendelijk met elkaar om.  De partij is een katalysator voor alle onvrede in de maatschappij. Mensen zien dat meer consumeren niet leidt tot meer geluk. Ik heb in Zuid-Afrika geleerd dat je juist niet veel nodig hebt om gelukkig te zijn in het leven. Hoezeer ik de grondbeginselen van Vlaams Belang ook verafschuw, ik word niet witheet van woede over die partij. Al het gedoe over Vlaams Belang is uiteindelijk slechts een bliksemafleider.  Ik word wél witheet van uitsluiting, onrechtvaardigheid, alle shit op tv. Het is niet zo dat programmamakers maken wat kijkers willen. Zij zijn zelf verantwoordelijk voor hun programma´s. Ik erger me ook aan  slechte media die foutief berichten.´

1 Oktober 2006 waren er in België concerten tegen racisme en onverdraagzaamheid, georganiseerd door dEUS-zanger Tom Barman. Zou je mee hebben gedaan als je was gevraagd en tijd had gehad? ´Ik ben gevraagd, maar zat in Zuid-Afrika. Ik weet het niet. Ik steun de opzet en vind het een goed initiatief, maar de boodschap erachter moet je ook op jezelf kunnen toepassen. De vraag is dan hoe je mensen het beste kunt bereiken om die boodschap over te brengen. Niet door een bevolkingsgroep uit te sluiten (aanhang Vlaams Belang, red.). Je moet proberen mensen voor je in te nemen en laten zien waar je voor staat, kleur bekennen. Eerst zalven, dan toeslaan. Ik vroeg me vooral af of die optredens niet te veel een reclameaffiche voor de bands waren.´

´Ja!´

September 2006 is het tweede boek van Stef Bos verschenen, getiteld ´Ja!´. Het boek is, net als ´Gebroken zinnen´ uit 2004, een combinatie van tekst en afbeeldingen. ´Ik had in 2004 een stembandontsteking waardoor ik twee maanden niet kon optreden. "Wat ga ik nu doen"?, dacht ik. Zo is het idee van de serie ontstaan.´

´Ja!´ klinkt optimistisch, maar toen ik ´Ja!´ las ter voorbereiding van het interview, vond ik het behoorlijk somber stemmend vanwege de thematiek: de dood, de onbereikbaarheid van dingen. Stef veert op als ik hem dat vertel. ´We maken te veel onderscheid tussen het leven en de dood. De dood is niet somber. Ik droomde een keer over een vriendin die weer opstond uit de dood. Dat was zo aangrijpend en zo´n mooie gedachte dat ik er een tekst over heb geschreven die in ´Ja!´ valt terug te vinden, "Vannacht". Doodgaan is een gebeurtenis in een groter geheel. Als ik er niet meer ben, leeft mijn werk voort in anderen.´

 

 

 

 

 

 

Andere vraag dan: zijn de teksten poëzie, is het literatuur of nog iets anders? ´Discussies over wat poëzie is en wat literatuur zijn helemaal niet interessant. Een tekening van een kind kan net zo mooi zijn als een tekening van Picasso. Ik vind de muziek van dEUS net zo goed en interessant als het werk van de klassieke componist Rachmaninov. Ik ben wat dat betreft een kameleon. Het gaat om de inhoud, niet om de vorm. Jacques Brel was veel meer rock ´n roll dan menigeen denkt bij het horen van die naam.  

´ “Gebroken zinnen” heb ik samen gemaakt met de Zuid-Afrikaanse impressionistische schilderes Marianna Booyens. ´Ja!´is tot stand gekomen met medewerking van Eric de Bruijn. Hij is veel meer een vormgever. In totaal moet het een serie van vijf boeken met tekst en afbeeldingen worden. De schilderes voor het derde boek is opnieuw een Zuid-Afrikaanse. Het vierde boek wordt een mix van teksten en cartoons. Het vijfde en laatste deel komt tot stand met een beeldhouwster. Degenen die voor de afbeeldingen zorgen, hebben de vrije hand. Ik bepaal niet wat zij moeten maken.  Pas na het vijfde boek heb je een compleet beeld van wat ik wil vertellen. De vijf boeken vertellen dan iets over mij.  Het schrijven, is een ontwikkeling waarin ik mijn eigen stijl nog zoek. Het eerste boek was moeilijk, omdat schrijven op papier naakter is dan een songtekst schrijven. Je kunt niet de lezer persoonlijk uitleggen hoe hij de tekst moet lezen. Schrijven, doe ik tussen de optredens door. Toeren, is een hectisch leven. Ik vind het dan fijn om tussendoor aan mijn boeken te werken.´

´Storm´

´Storm´ is de titel van de theatertournee waarmee hij momenteel door Nederland en België reist. Wat kunnen mensen verwachten? ´Ik breng het beste uit wat ik ooit heb gecomponeerd, gespeeld zoals ik nu weet dat ik die nummers heb bedoeld. Nummers die al 15 jaar geleden zijn geschreven en nog steeds staan als een huis. De liedjes worden afgewisseld met teksten uit “Ja!”. Op het podium komen de teksten naar mijn mening beter tot hun recht.  Ik word begeleid door strijkers en muzikanten, in totaal zo´n 14 man. Vandaar dat ik nu alleen in grote zalen optreed, zoals Carré in Amsterdan en het Nieuwe Luxor in Rotterdam. Ik zit dit keer niet achter de piano. Ik sta en kan zo al mijn energie kwijt. Dat verklaart ook de titel “Storm”. Het wordt heftiger dan men van mij gewend is. De eerste tien jaar van mijn carriere heb ik mij vooral toegelegd op het schrijven van songs. Ik ben sinds een jaar of vijf zover dat ik ook op het podium tot bloei begin te komen. Het heeft te maken met het ouder worden. Nu ik ouder word, kan ik twee kanten op: of ik "verkramp" of ik laat me schaamteloos gaan en gooi alle schellen er vanaf. Ik heb voor het laatste gekozen en kom nu steeds beter tot mijn recht op het podium. Over nog eens vijf of tien jaar ben ik dan echt in volle bloei.´

Met deze belofte in mijn achterhoofd neem ik afscheid en wandel terug naar huis door het oude centrum van Antwerpen. Een centrum dat ook mijn hart heeft gestolen.

´Gebroken zinnen´ en ´Ja!´ zijn uitgegeven door uitgeverij Terra Lannoo in Tielt. Meer info vind je op http://www.lannoo.com/ en http://www.stefbos.nl/ Op de laatstgenoemde site staat natuurlijk ook de actuele touragenda en vind je alle informatie over Stef zijn cd´s.  

Copyright: Johan Peters/Ladies & Gentlemen, 2007 - ...

Ja!