Ook al is het vandaag Valentijnsdag, dit blog gaat niet over liefdesgedichten. Ik heb niemand op het oog tot wie ik zo’n gedicht kan richten. Ik ben er honderd procent zeker van dat er ook niemand is die smoorverliefd rondloopt terwijl zij aan mij denkt. Dit blog handelt over de aard van het dichterschap in het verleden en nu.
Vroeger was dat namelijk een veel gemoedelijker bezigheid dan tegenwoordig. Neem nu bijvoorbeeld Joost van den Vondel hierboven. Toch wel een van Neerlands bekendste dichters en toneelschrijvers. Als je nu denkt dat hij iedere dag heel druk aan het schrijven was, dan heb je het mis.Waarschijnlijk heeft hij wel iedere dag geschreven. Het was echter niet zijn voornaamste zorg. Joost was namelijk eerst en vooral handelaar. Hij dreef een winkel in zijden kousen in de Amsterdamse Warmoesstraat. Kennelijk altijd al een straat met grote aandacht voor het vrouwelijke geslacht geweest.
Hoe zal dat in die tijd zijn gegaan? Joost kwam na een lange werkdag thuis bij zijn vrouw Mayke de Wolff en zei na het avondeten en de boekhouding: ‘Ga jij alvast maar naar boven schat. Ik werk nog even verder aan “Palamedes oft Vermoorde Onnooselheijd”.’
Vondel stierf in 1679. Maayke de Wolff was reeds in 1635 gestorven. Veel van zijn werk dateert dus van na haar dood. De dood was trouwens nooit ver weg in zijn werk. Onderaan dit blog vind je een voorbeeld daarvan.
Of neem Guido Gezelle. Toch zeker de meest geprezen Vlaamse dichter. Elke zichzelf respecterende Vlaamse stad of gehucht heeft wel een straat, plein of steeg naar hem genoemd.
Gezelle was een gewijde priester die overdag werkzaam was in het katholieke onderwijs, onder andere als leraar poëzie. Eerst in Roeselare, later in Brugge. Als geestelijke had hij betrekkingen in Brugge en vervolgens Kortrijk.
Gezelle schreef veel gedichten over de natuur. Ook hij zal dat vermoedelijk ’s avonds of in zijn vrije tijd hebben gedaan. Zijn oeuvre is immens. Hij is dan ook tot aan zijn dood blijven publiceren.
Waar wil ik naartoe met mijn verhaal? Beeld je Van den Vondel of Gezelle eens in. Mannen die na een dag hard werken hun creatieve gedachten nog eens lieten gaan om mooie resultaten op papier te krijgen. Eenmaal klaar met schrijven, ging de rest vanzelf. De geschriften werden uitgegeven in boekvorm en vonden hun weg naar de lezer. Van marketing of promotie had men nog niet gehoord. Optredens in literaire cafés? Voor televisie? Eigen internetsite? Was allemaal niet aan de orde. Schrijven, was het enige wat telde.
Een groot verschil met hedendaagse dichters. Ook al kunnen die hun hele dag wijden aan het schrijven zelf, in wezen zijn zij feitelijk veel meer tijd kwijt aan allerlei randverschijnselen dan aan dat schrijven. Klik na de gedichten ookde laatste link aan en vergeet dan vooral de video niet te bekijken (o.a. mooie beelden van het interieur van het Antwerpse stadhuis!). In negen minuten tijd krijg je zo een aardig beeld van wat een dichter, in dit geval de nieuwe Antwerpse stadsdichter Peter Holvoet-Hanssen, allemaal niet moet doen om de wereld te laten weten dat hij (stads-)dichter is.
‘Ik schrijf, dus ik besta?’ Hm, misschien kunnen we tegenwoordig beter spreken van ‘Ik ben in the picture, dus ik besta’. Soms was het leven vroeger toch echt veel simpeler.
Bronnen
http://nl.wikipedia.org/wiki/Joost_van_den_Vondel
http://nl.wikipedia.org/wiki/Guido_Gezelle
Gedichten
Vondel: http://www.gedichten.nl/nedermap/poezie/poezie/59699.html?zoekresultaat=ja
Gezelle: http://www.gedichten.nl/nedermap/poezie/poezie/146611.html?zoekresultaat=ja
Video Peter Holvoet-Hanssen